BEZOEK AAN HET FORT VAN EBEN-EMAEL EN
THORN OP 27 MEI 2010
Het was of vele werknemers die dagelijks de ring rond Brussel
onveilig maken verlof hadden genomen. Zoals gebruikelijk vóór het afgesproken
uur vertrokken reed de autocar op 10’ naar het parkeerterrein
van NOH, waar nog geen enkele van de daar op te stappen deelnemers
te bespeuren viel. En
daarenboven diende de
autocar zich op een zijbaan van de parkeerplaats te verstoppen, alsof hij een
vreemd buitenaards voorwerp betrof. De 32 belangstellende
West-Brabanders konden zich na een onberispelijke rit naar Eben-Emael in
"Le moulin de la Frangèle”, aan de boord van dit waterloopje
gelegen, langs een krakende, jaren oude houten trap naar de
verdieping hijsen waar de verschillende
soorten taarten op hen wachtten, die samen met de koffie
onmiddellijk werden aangevallen.
Na enkele stappen bereikt de groep de nabijgelegen ingang van het
fort, waar na een speurtocht toch een gids, een Nederlander nog wel, op de kop
getikt kon worden.
Een korte
introductie werd gevolgd door een uitgebreid exposé over het hoe en het waarom
van dit fort en de slechts uren in beslag nemende inname door de Duitsers bij
het begin van de invasie in 1940. Meerdere malen legde de gids de nadruk op de
verkeerde interpretatie van het gedrag van de toenmalige Belgische troepen die
door de buitenwereld verweten werden niet genoeg moed aan de dag te hebben
gelegd. Er was evenwel geen kruid (en ook kruit) gewassen tegen de overmacht
van de Duitsers. Daarna begon onder zijn leiding de tocht doorheen de vesting
tijdens hetwelk de bezoekers zich een idee konden vormen van het toenmalig
comfort van zowel de slaap - en eetzalen, de infirmerie, de douches en
toiletten als van de commandoposten en de infrastructuur. Langdurig werd stil
gestaan bij de gevolgen van de explosies van de door de tegenstander gebruikte
munitie.
Nadat de gids
op
het overschrijden van het bezoekuur opmerkzaam was gemaakt, kon de autocar met
enige vertraging in Kanne het restaurant " ’t Dicke Verschil” bereiken waar
de groep met juist voldoende ruimte (sommige eters moesten wel iets meer plaats
afstaan) de tafels in bezit namen en van een bijna gastronomische maar vooral
copieuze maaltijd konden genieten. Niet te verwonderen dat deze ook meer tijd
dan voorzien in beslag nam.
Uiteindelijk kon de autocar het Nederlands grondgebied binnen rijden
en koers zetten naar THORN, het witte stadje in het Limburgse land.
Opgedeeld in twee groepen bezochten de West-Brabanders de abdijkerk,
enig overblijfsel van de in de 10de eeuw gestichte klooster voor
benedictinessen. De actueel uit de 14de eeuw daterende Michaelskerk (stiftkerk)
werd evenwel dikwijls beschadigd en in de loop van de 19de eeuw volledig
gerestaureerd. Zowel de crypte, het koor als het achterliggende verhoogde "vorstinnenkoor”
werden uitvoerig besproken. De gidsen begeleidden de bezoekers doorheen de
dorpskern, waarin de korte, gekleurde paaltjes opvielen waar aan de hand van
een audio gids inlichtingen bekomen konden worden betreffende de
belangstellingspunt. Het was echter vooral de witte kleur van de gebouwen die
de aandacht trok. Deze verf moet de gevolgen van de verbouwingen verstoppen
zodat ze minder op vallen.
Na het bezoek verzamelden de deelnemers op het terras van de
stadsherberg
en
hotel-restaurant Crasborn, om er uitvoerig de dorst te lessen en herinneringen
op te halen. Met enige vertraging kon de terugreis aangevat worden die zonder
problemen verliep en tijdens dewelke de organisator en begeleider Louis door de
voorzitter met veel verve werd bedankt en de aandacht van de reizigers werd
gevraagd voor de toekomstige activiteiten.
Tot nog eens Louis.

RoDel