Nederlands | Français
|   
Home
Historiek
Leden
Bestuur
Activiteitenkalender
VERSLAG ACTIVITEITEN 2010
Eben-Emael & Thorn. Mei 2010
15 Wing en BBQ 29 juni 2010
Fotoboek
Contact
Aen-Wijzer

VERSLAG ACTIVITEITEN 2010

 

 

BEZOEK AAN HET FORT VAN EBEN-EMAEL EN THORN OP 27 MEI 2010

 

 

Het was of vele werknemers die dagelijks de ring rond Brussel onveilig maken verlof hadden genomen. Zoals gebruikelijk vóór het afgesproken uur vertrokken reed de autocar op 10’ naar het parkeerterrein

van NOH, waar nog geen enkele van de daar op te stappen deelnemers te bespeuren viel. En daarenboven diende de autocar zich op een zijbaan van de parkeerplaats te verstoppen, alsof hij een vreemd buitenaards voorwerp betrof. De 32 belangstellende West-Brabanders konden zich na een onberispelijke rit naar Eben-Emael in "Le moulin de la Frangèle”, aan de boord van dit waterloopje gelegen, langs een krakende, jaren oude houten trap naar de verdieping hijsen waar de verschillende soorten taarten op hen wachtten, die samen met de koffie onmiddellijk werden aangevallen.

 

Na enkele stappen bereikt de groep de nabijgelegen ingang van het fort, waar na een speurtocht toch een gids, een Nederlander nog wel, op de kop getikt kon worden.    Een korte introductie werd gevolgd door een uitgebreid exposé over het hoe en het waarom van dit fort en de slechts uren in beslag nemende inname door de Duitsers bij het begin van de invasie in 1940. Meerdere malen legde de gids de nadruk op de verkeerde interpretatie van het gedrag van de toenmalige Belgische troepen die door de buitenwereld verweten werden niet genoeg moed aan de dag te hebben gelegd. Er was evenwel geen kruid (en ook kruit) gewassen tegen de overmacht van de Duitsers. Daarna begon onder zijn leiding de tocht doorheen de vesting tijdens hetwelk de bezoekers zich een idee konden vormen van het toenmalig comfort van zowel de slaap - en eetzalen, de infirmerie, de douches en toiletten als van de commandoposten en de infrastructuur. Langdurig werd stil gestaan bij de gevolgen van de explosies van de door de tegenstander gebruikte munitie.

 

Nadat de gids    op het overschrijden van het bezoekuur opmerkzaam was gemaakt, kon de autocar met enige vertraging in Kanne het restaurant " ’t Dicke Verschil” bereiken waar de groep met juist voldoende ruimte (sommige eters moesten wel iets meer plaats afstaan) de tafels in bezit namen en van een bijna gastronomische maar vooral copieuze maaltijd konden genieten. Niet te verwonderen dat deze ook meer tijd dan voorzien in beslag nam.

 

Uiteindelijk kon de autocar het Nederlands grondgebied binnen rijden en koers zetten naar THORN, het witte stadje in het Limburgse land.

 

Opgedeeld in twee groepen bezochten de West-Brabanders de abdijkerk, enig overblijfsel van de in de 10de eeuw gestichte klooster voor benedictinessen. De actueel uit de 14de eeuw daterende Michaelskerk (stiftkerk) werd evenwel dikwijls beschadigd en in de loop van de 19de eeuw volledig gerestaureerd. Zowel de crypte, het koor als het achterliggende verhoogde "vorstinnenkoor” werden uitvoerig besproken. De gidsen begeleidden de bezoekers doorheen de dorpskern, waarin de korte, gekleurde paaltjes opvielen waar aan de hand van een audio gids inlichtingen bekomen konden worden betreffende de belangstellingspunt. Het was echter vooral de witte kleur van de gebouwen die de aandacht trok. Deze verf moet de gevolgen van de verbouwingen verstoppen zodat ze minder op vallen.

 

Na het bezoek verzamelden de deelnemers op het terras van de stadsherberg    en hotel-restaurant Crasborn, om er uitvoerig de dorst te lessen en herinneringen op te halen. Met enige vertraging kon de terugreis aangevat worden die zonder problemen verliep en tijdens dewelke de organisator en begeleider Louis door de voorzitter met veel verve werd bedankt en de aandacht van de reizigers werd gevraagd voor de toekomstige activiteiten.

 

Tot nog eens Louis.      

 

RoDel



------------------------------------

 



VERSLAG REIS NAAR HET ZWARTE WOUD

20 tot 25 september 2009.

De laatste buitenlandse reis, georganiseerd door Piet Bombois.

  Zoals gewoonlijk waren de 31 deelnemers, op zondag ochtend, ruim tijdig (6.30 u.) op post aan het Militair Hospitaal. De bus was er niet… Wel kwam hij aanrijden net binnen het academisch kwartiertje.

Het stallen van de rijtuigen verliep gezwind en het voorziene vertrekuur werd gehaald.

  Onze eerste, voorziene, culturele halte was een tegenvaller. Wij verwachtten aan de Mummelsee een prachtig, houten, Zwarte Woudhotel met koffie en taart, maar troffen er een volledig afgebrand hotel, in de steigers.

De Mummelsee,   469 ha. "Het watervlak is bijna volmaakt rond, ingesloten in een oerbos” schrijft Maria Jacques. Het donderdiepe bergmeer stamt uit de ijstijd en ligt op 1032 meter, met zijn zwartgroene kleur een uitnodiging tot een gezonde wandeling van een dik half uur.

Maar, het pad was verwaarloosd en leek de wandelaars niet veilig. Toen het nog begon te regenen werd de wandeling geschrapt, … en dus ook geen Zwarte Woudtaart. Maar dit euvel werd rijkelijk goedgemaakt in het pension Endehof, waar de wijnglazen geen maatstreepje nodig hadden, de boord volstond. Boordevol dus, die glazen!

De maandagochtend vertrokken we richting St. Märgen waar wij een prachtig kloosterkerkje bezochten, gewijd aan Maria Hemelvaart.

 

Dit is een barokkerk in wit en goud, met smaak gerestaureerd nadat ze twee keer uitbrandde, de laatste keer door blikseminslag.

 





 

Op het Rozenkransaltaar kan men nog de rijke oogst aan geredde beelden bewonderen van houtsnijder Matthias Faller. De gids geeft zeer uitgebreid commentaar, niet altijd even duidelijk, maar we onthouden dat de "echte” kleine beeldjes zijn vervangen door namaak want ze zijn zo kostbaar en aantrekkelijk voor dieven, dat ze nu bewaard blijven achter slot en grendel. Ook de prachtige kruisweg, buiten, werd ooit gestolen en nu vervangen door namaak.

Het is een geliefd bedevaartsoord.

 

In het museum, ernaast, konden we kennismaken met de vermaarde " Schwarzwalduhren

Tot onze verbazing moesten we vaststellen dat de oorspronkelijke koekoeksklokken in niets gelijken op de huidige exemplaren.

We staan aan het begin van het uurwerk bouwen. Oorspronkelijk waren het kleine familiebedrijfjes (Heimindustrie). Het idee kwam blijkbaar uit Italië maar in het Zwarte Woud evolueerde de klok naar haar huidige vorm.

In het museum staan zeer waardevolle stukken, sommige met complete muziektrommel met dansmuziek. Het ritme van de dans was wel afhankelijk van de vochtigheidsgraad.

  In vroegere Duitse gezinnen ging de boerderij of het bedrijf over op de jongste zoon. De oudste ging dan maar uurwerken verkopen, koffer vol uurwerken en onderdelen op de rug, tot in Londen en zelfs tot in Amerika.

  Rond de middag trokken we naar de Titisee, waar wij onder een blakende zon, vrijelijk, van deze prachtige omgeving en bijhorend winkelaanbod konden genieten.

De Titisee is een gletsjermeer, 2 km lang en 40 m diep. De weg daarheen staat op de kaart aangeduid als "Panoramastrasse” Een breedgeërodeerde vallei, met prachtige vergezichten, ondermeer de Feldberg (1493 m) hoogste punt van het Zwarte woud, met zijn skischanzen en bijhorende hotels. De weg daalt in prachtige bochten van 1300 meter tot in Freiburg op 280 m.

Een langzame maar prachtige afdaling van ongeveer 1000 meter en na het drukke toeristische Titisee ging het weer richting Oberprechtal, naar de boordevolle wijnglazen en een verkwikkende nachtrust.

 

  Op dinsdag rijden we naar de Bodensee, of het meer van Konstanz.

Het water heeft een zeer laag peil, het was immers een droge zomer. Denise vertelt dat ze het meer ooit zag overstromen. Dat zal in de lente geweest zijn als de sneeuw in de bergen smelt.

Ons doel is het bloemeneiland MAINAU, eigendom van de familie Bernadotte. De rozentuin was aan zijn laatste bloeitijd toe, begrijpelijk voor eind september, maar wat een weelde aan rotspartijen endahlia’s. De kleurenrijkdom van meer dan 80 soorten valt met geen pen te beschrijven. Op een gedenksteen lezen we volgende tekst:

 

1939: Leonard Bernadotte kauft die Insel Mainau seinem Vater ab.

1954: wird President der Gezellschaft der Blumenfreunde Konstanz.

Noblesse oblige! Er is ook een visvijver, een dierenaaipark, je kon er blijven naar kijken. Maar, de tijd spoedt heen en de busrit terug naar het Oberprechtal duurt bijna 2 uur. Adieu, meer van Konstanz, met Zwitserland aan de overkant.

  Woensdag: Colmar. Even over de grens wippen: we zijn in Frankrijk en de stadswandeling met gids gebeurt in het Frans. Colmar: capitale du vin en Alsace. Een eerder kleine stad, de tweede van het departement zegt de gidsmevrouw, met gepaste fierheid. Ze vertelt ons tal van wetenswaardigheden als: dat de stad tijdens de wereldoorlog niet werd verwoest…dat wel 45 gebouwen in het centrum zijn geklasseerd als historisch monument uit de gothische periode, de renaissance en het franse classicisme. Ze spreekt over de "Style Wilhelmien of Prussien”.

 

 

Haar grootmoeder heeft 5 keer de verandering van nationaliteit beleefd met al de papieren rompslomp die daarbij hoort. De stad is gebouwd op het grootste grondwaterbekken van Europa. Men bouwt dus al vroeg huizen in steen voor de benedenverdieping, en verdere verdiepingen in hout, handig als het grondwater stijgt. De zolder is de opslagplaats voor het graan (grain – grenier). De houten vakhuizen kunnen een aardbeving van 7 op de schaal van Richter doorstaan. Bij het huis van Auguste Bartoldi, aan een mooi pleintje, een ogenblikje stilte: ze vertelt dat hij de bouwer was van het Amerikaanse vrijheidsbeeld.

  Het "Musée Unterlinden” zou het meest bezochte van Frankrijk zijn. Ze bespreekt uitvoerig het werk


  van Martin Schöngauer, La Vierge au buisson de roses, en de invloed van Rogier van der Weyden. Andere bezoekers (en het zijn er veel, jaarlijks meer dan 300.000) worden gevraagd om onze groep de nodige plaats te gunnen.

We vernemen ook dat de "Collegiale Saint Martin de Colmar” de tweede van de regio is. Er is maar één toren, gebrek aan centen. Hier redt Sint Nicolaas 3 jonge meisjes van de prostitutie.

Ze toonde ons hun "Manneken Pis”, een cadeau aan de stad van Adolphe Max. Op de gedenkplaat "en souvenir des souffrances comunes pendant la guerre, en hommage à l’inaltérable gaîté belge et la bonne humeur d’Alsace...".

De streek zou de grootste moestuin van Frankrijk zijn en de meest gegeerde wortelen: "la Nantaise en La Colmar”...Interessant toch?

 

  Donderdag 24 september: Freiburg, hoofdstad van het Zwarte Woud.

  Ik geloof Maria Jacques als ze schrijft: "Het Zwarte Woud is niet zwart. De beroemde sparren op de bergen staan purperblauw tegen de hemel met een roze glans tegen de ochtend- en avondzon. Als het regent worden ze grauwgroen. De fruitbomen dragen bloesems in mei en de loofbomen goud in de herfst en tijdens de lange winter is het één sneeuwwit wonder.”

Onze wandeling door de stad begint aan het standbeeld van Bertold Schwartz, uitvinder van het buskruit, monnik en alchimist (in die volgorde). De straten zijn geplaveid met halve keien, netjes middendoor gezaagd en in mooie patronen gelegd: Rheinkiezel!

De Bächlertour volgt de kleine beekjes die kriskras door de stad lopen. We beginnen bij het "Neue Rathaus” en bewonderen een prachtig uitgewerkt balkon waar prominenten zich kunnen laten toejuichen. Zelfs eens de Dalaï Lama.

 

  In 1120 reeds werden de beekjes uitgemetst, soms ook overwelfd. Ze dienden voor alles waar water voor nodig is en ook als bluswater, wat voor die tijd zeer progressief was. Het water kwam van de bergen neder naar de Rijn, in natuurlijk verval, bevloeide de tuinen en liet de molens draaien. Vandaag, 21ste eeuw, zijn ze hoofdzakelijk een bezienswaardigheid voor toeristen als wij. Quellwasser uit het Schwarzwald loopt nu in buizen door de stad.

Freiburg was Oostenrijks bezit tot Napoleon. De stad telt 210.000 inwoners en 25.000 studenten. Je kan er alles studeren en het stadsbestuur is groen.

We kwamen voorbij het huis waar DESIDERIUS ERASMUS van Rotterdam een tijdje verbleef. Hij kwam uit Bazel, moest er weg vanwege de protestantse druk en verbleef o.m. ook in Brussel…. We bezoeken ook de "Münsterkirche”. Begonnen in 1250 als romaanse kerk maar afgewerkt in gothische stijl met centen van de burgerbevolking. Tijdens de oorlog werden de brandglazen in kisten verpakt en gered. Alleen hier(in Duitsland) hebben ze dat gedaan. We bewonderen het glasraam van Sint Kristoffel, patroon van de reizigers en aanbeden tegen de plotselinge dood. Er zijn zelfs twee bronnen in de kerk, maar het kraantje was dichtgedraaid. De kerk bevat 4 orgels, afzonderlijk of samen te bespelen, zonder vervelende echo. Dat konden we niet proefondervindelijk vaststellen… Jammer! De stad werd voor 80% verwoest maar het "Münster” bleef grotendeels gespaard. Ze liet ons, tot slot, de hoofdingang bewonderen, 600 figuren in zandsteen, alle polychroom. Mooi!

  In de namiddag, na een lichte lunch in een binnentuintje achter een beekje of ergens op een drukker plein, konden we nog van een frisse pint genieten, nog een paar inkopen doen en dan terug naar het Endehof, onze 5-daagse thuisbasis. We zouden die avond niet aan onze lijn denken want er wachtte ons een Galadiner waarvan het menu een verrassing zou blijven tot op het laatste moment. Het was lekker en het dessert, specialiteit van de chef, Heerlijk!

  Vrijdag ochtend terug naar huis met 1260 km. op de teller. Het zouden er nog 650 bijkomen.

Als bijkomende halte, een bezoek aan: World of Living, waarvan ik persoonlijk meer had verwacht. Een teletijdmachine moest ons naar de oertijd terugbrengen, wat natuurlijk niet lukte.

Het leven in de oertijd wordt op een wat stuntelige manier voorgesteld. Door duistere gangen overbrug je wel 100.000 jaar tot je, pardoes, bij de mummie van Ramses II staat, in de badkamer van Cleopatra. Vervolgens weer een duistere gang en je bekijkt, samen met keizer Nero, de grote brand van Rome, daarna een middeleeuwse ridderzaal, een nomadentent in de woestijn, recht naar een ruimtecapsule om te ontsnappen als de wereld vergaat. Het laatste, weer in open lucht, moest het huis van de toekomst zijn maar je kon er niet in.

Zal de toekomst een raadsel blijven? De bedoeling is duidelijk: een uurtje oponthoud en een snelle hap, halfweg een lange busreis. Niet slecht bedacht.

  Maar, eind goed al goed, als verwende toeristen werden we netjes weer afgezet op de parking waar we vertrokken. In ons hart veel dank aan Piet en Denise, en spijt dat het de laatste keer zou zijn. Dank je, Piet, je bent er nog eens in geslaagd om ons 5 mooie dagen te laten beleven.

Monique Van Marcke

Foto’s: Marcel Verlaenen

 

------------------------------------------------------------------------------------------- 

BEZOEK AAN HULST EN MOSSELFESTIJN IN PHILIPPINE

Donderdag 15 oktober 2009

  Nadat de laatkomers ingescheept waren en de autocarchauffeur de weg langs een alternatieve route naar het MH had gevonden, kon met een 20 tal minuten vertraging, maar vergezeld van de zon, gestart worden in de richting van Nederland. Alhoewel zich onderweg geen hindernissen meer voordeden, kon wegens de ‘voorzichtige’ rijstijl van de chauffeur (of was het de techniek die het liet afweten?) de vertraging niet gereduceerd worden en moesten de kennismakende en nieuwtjes uitwisselende gesprekken bij het ontbijt in het restaurant "Het Bonte Hert” in versneld tempo worden afgewerkt.

Opgesplitst in twee groepen en onder leiding van gidsen trokken de West-Brabanders er dan op uit om het naar de hulststruik verwijzende stadje HULST te gaan verkennen. Het ontstaan en de geschiedenis van de stad werden uitgebreid uit de doeken gedaan. In de 9de eeuw zou in het drassige land, aan één van de geulen die naar de Hont (de huidige Westerschelde) leidden, een nederzetting ontstaan zijn. Nadat die tot Vlaanderen behorende gemeenschap in de 12de eeuw stadsrechten had verworven, ontwikkelde deze zich tot een belangrijke vesting- en havenstad. Ten einde zich tegen indringers te beschermen werden stadswallen aangelegd. Eerst zorgden de inwendige ruzies met Gent voor krijgsgewoel. Daarna kwamen de oranjetroepen de stad bezetten, maar niet voor lang want de Spanjaarden verjaagden hen enkele jaren later. Tot in het midden van de 17de eeuw de troepen van de Noordelijke Republiek op het toneel verschenen. Met de Fransen nam de moderne geschiedenis een aanvang. Ondertussen was de haven verzand en trad het verval van de stad in.

 

Op de Grote Markt, waar de marktkramers hun waren aan de man/vrouw probeerden te brengen, konden de bezoekers oog hebben voor de statige burgerhuizen, getuigen van de voormalige welvaart van de stad. De aandacht ging evenwel meer uit naar het Stadhuis , dat in laatgotische stijl werd gebouwd, op de plaats van menige voorganger. Dit bij uitstek symbool van de stadsburger heeft evenwel een woelige geschiedenis achter de rug. Het origineel exemplaar dateert uit 1200, dat, nadat het door de Gentenaars werd verwoest, in het midden van de 15de eeuw door een nieuw gebouw werd vervangen. Wanneer de Gentse troepen en hun huurlingen dit laatste hadden bezet werd het in 1485 door de inwoners zelf in brand gestoken. In 1531 werd op dezelfde plaats een nieuw gebouw opgetrokken. Met het verstrijken van de tijd deed het achtereenvolgens dienst als gevangenis en stadswaag, pakhuis en hotel. Recent werd aan de achterzijde een modern, betonnen gedeelte bijgebouwd.

 

Ter dier gelegenheid werd ook het historisch gedeelte van het oude gebouw in een modern kleedje gestoken. Dat de stad ooit tot Vlaanderen behoorde, kan, te zien aan de enkele afbeeldingen van de leeuwen, moeilijk geloochend worden. Twee versieren de trappen die aan de voorkant naar het stadhuis leiden en twee andere bevinden zich op de achtergevel.

Men kan het gebouw zomaar niet binnentreden. Maar, doordat de gids blijkbaar de toestemming had gekregen, trokken beide groepen dan naar de Trouwzaal, om er de uitgebreide uitleg te aanhoren aangaande het schilderij betreffende de gerechtigheid van de hand van Jacob Jordaens. In de Raadzaal konden de bezoekers zich een idee vormen van het uitzicht van de stad in vroegere eeuwen aan de hand van een schilderwerk dat de Hulstenaar Corneel De Vos in 1628 konterfeitte. We vernamen er terloops bij het tellen van de zitjes van de raadsheren, dat de schepenen hier geen deel uitmaken van de raad.

De groepen dienden slechts het marktplein over te steken om in de Basiliek van Willibrodus binnen te treden. Dit recent tot de mooiste kerk van Nederland gepromoveerd gebedsoord heeft ook een ganse weg in de geschiedenis van de stad afgelegd. De eerste kerk die op deze plaats werd gebouwd dateert van 1200. In de periode tot 1400 werd ze twee maal vergroot. Gedurende de volgende eeuw had ze af te rekenen met een brand. Zoals ze er nu uitziet, namelijk opgetrokken in de grijze natuursteen in de stijl van de Brabantse Gotiek, werd ze gebouwd in 1530. De beeldenstorm raasde hier ook voorbij, maar veel van de inboedel werd in Gent in veiligheid gebracht. Vanaf 1640 kregen de protestanten de kerk toegewezen. Met de komst van Napoleon kwam de kerk terug in het bezit van de katholieken die ze tot 1928 moesten delen met de protestanten.

De inboedel die in Gent in veiligheid was gebracht kwam evenwel niet terug en alhoewel een deel van het meubilair en de beelden vernieuwd werd geeft het interieur van de kerk een kale en kille indruk. De katholieken kochten daarna de kerk en de protestanten bouwden een eigen gebedsoord. De torenspits werd tijdens WOII vernield en daarna vervangen door de huidige betonnen constructie die in de volksmond de "frietvork” wordt genoemd. In 1935 werd de kerk tot Basiliek verheven.

We konden er in het interieur de kentekenen van zien: de roodgele parasol en de bel. De gids voegt er nog een derde aan toe, namelijk de rode mantel die in een glasraam is te onderscheiden. En dit interieur, waarvan de afmetingen in verhouding moeten gestaan hebben met de toenmalige welvaart, blinkt nog uit door de aanwezigheid van prachtige glasramen, enkele schilderijen, de kaarsenkronen en toch nog een biechtstoel.

Via de Steenstraat begeleidden de gidsen de groepen naar de stadsomwalling. De wandeling gaat via het plein dat de vismarkt was en waar een aantal woningen werden afgebroken ten einde het project van het opnieuw uitgraven van de voormalige binnenhaven te kunnen realiseren.

Bij de Dobbele Poort of Bollewerckpoort aanhoorden de bezoekers de geschiedenis van de bouw van zowel de versterking als deze van dit bouwwerk dat als land- en waterpoort dienst deed. Langs deze weg was de haven immers met een vaargeul met de Hont verbonden. De poort werd in het midden van de 20ste eeuw uit de onder gedolven vergetelheid gehaald.

We konden er ons opnieuw van vergewissen dat de ene gids de andere niet is en dat de noodzakelijke opsplitsing in

groepen niet noodzakelijk ten goede komt aan het opdoen van een evenwaardige kennis. Maar zoals een bekende figuur het poneert "heeft ieder nadeel ook zijn voordeel”.

Ondertussen had de honger van zich laten horen en trokken de groepen opnieuw naar het restaurant "Het Bonte Hert”, waar een broodmaaltijd werd opgediend. De daarop volgende vrije tijd gaf aan de West-Brabanders de gelegenheid om aan de marktkramen of in de winkels van de omliggende straten op jacht te gaan naar iets bruikbaars. Wat trouwens bij enkele deelnemers nog lukte ook.

Dezelfde groepen trokken er dan onder leiding van andere gidsen op uit voor een stadswandeling, tijdens dewelke de bezoekers veelvuldig gewezen werd op de aanwezigheid van afbeeldingen van Reinaert De Vos, zowel in de vorm van monumenten als dakversieringen. De stad Hulst wordt immers vermeld in het middeleeuws epos Van Den Vos Reinaerde en ze heeft zich het logo van Reinaertstad eigen gemaakt. De gidsen brachten de bezoekers opnieuw naar de omwalling waarvan een groot gedeelte werd afgewandeld. Ze zagen nog een windmolen uit het einde van de 18de eeuw en kregen mooie uitzichten op de torens van de basiliek, het stadhuis en de protestantse kerk. Ze wandelden over verschillende bolwerken (bastions) en kregen een beeld van de buiten de wallen ingerichte parken met waterplassen en op de achter de dijken lager liggende huizen. Ondertussen kregen ze uitleg over de refugiehuizen, waarin in vroeger tijden de bewoners van de buiten de stad gevestigde kloosters in tijden van nood hun toevlucht konden zoeken. Deze monniken hielpen trouwens bij de bouw van de omwalling. De wandeling werd onderbroken voor een bezoek aan het atelier van een klokkenhersteller, die op vragen van de specialisten terzake antwoordde en de aandacht vestigde op de aanwezigheid van oude exemplaren. De beschikbare ruimte in het atelier was te klein om groepen van +/-20 personen te ontvangen, en daarenboven was het er zeer warm. Een ander atelier dat bezocht diende te worden was evenwel gesloten en de met dit feit vervelend zijnde gidsen wisten geen raad. Dan maar het derde atelier opgezocht, dit van de goudsmid. In dit atelier werd getoond hoe de ringen en andere sieraden met de hand worden vervaardigd. Maar ook hier was het wegens het gebrek aan ruimte drummen om iets van de activiteiten te kunnen zien.

Op het einde van het bezoek werd opnieuw op het terras van "Het Bonte Hert” verzamelen geblazen om bij het genieten van een meestal Belgisch biertje uit te rusten van het benenwerk. En de autocar diende ook nog wandelend opgezocht te worden.

Tijdens de rit naar PHILIPPINE kon evenwel enigszins tot rust gekomen worden. Ondanks de lange wachttijd aan de kanaalbrug in Terneuzen konden de West-Brabanders tijdig in ”l’Auberge des Moules” aan de gereserveerde tafels aanschuiven voor het door de organisator beloofde mosselfestijn. De dampende mosselpotten, begeleid door de vereiste dranken, werden gretig aangesproken.

Het buikje rond konden de reizigers tijdens de terugrit langs het kanaal via Gent uitblazen en ze werden slechts gewekt om de organisator Cyrille in alle toonaarden te bedanken voor deze door de zon overgoten dag.

  RoDel

Nadat de gids   op het overschrijden van het bezoekuur opmerkzaam was gemaakt, kon de autocar met enige vertraging in Kanne het restaurant " ’t Dicke Verschil” bereiken waar de groep met juist voldoende ruimte (sommige eters moesten wel iets meer plaats afstaan) de tafels in bezit namen en van een bijna gastronomische maar vooral copieuze maaltijd konden genieten. Niet te verwonderen dat deze ook meer tijd dan voorzien in beslag nam.

Uiteindelijk kon de autocar het Nederlands grondgebied binnen rijden en koers zetten naar THORN, het witte stadje in het Limburgse land.

Opgedeeld in twee groepen bezochten de West-Brabanders de abdijkerk, enig overblijfsel van de in de 10de eeuw gestichte klooster voor benedictinessen. De actueel uit de 14de eeuw daterende Michaelskerk (stiftkerk) werd evenwel dikwijls beschadigd en in de loop van de 19de eeuw volledig gerestaureerd. Zowel de crypte, het koor als het achterliggende verhoogde "vorstinnenkoor” werden uitvoerig besproken. De gidsen begeleidden de bezoekers doorheen de dorpskern, waarin de korte, gekleurde paaltjes opvielen waar aan de hand van een audio gids inlichtingen bekomen konden worden betreffende de belangstellingspunt. Het was echter vooral de witte kleur van de gebouwen die de aandacht trok. Deze verf moet de gevolgen van de verbouwingen verstoppen zodat ze minder op vallen.

Na het bezoek verzamelden de deelnemers op het terras van de stadsherberg   en hotel-restaurant Crasborn, om er uitvoerig de dorst te lessen en herinneringen op te halen. Met enige vertraging kon de terugreis aangevat worden die zonder problemen verliep en tijdens dewelke de organisator en begeleider Louis door de voorzitter met veel verve werd bedankt en de aandacht van de reizigers werd gevraagd voor de toekomstige activiteiten.

Tot nog eens Louis.      

 

 

RoDel

 



VERSLAG REIS NAAR HET ZWARTE WOUD

20 tot 25 september 2009.

De laatste buitenlandse reis, georganiseerd door Piet Bombois.

  Zoals gewoonlijk waren de 31 deelnemers, op zondag ochtend, ruim tijdig (6.30 u.) op post aan het Militair Hospitaal. De bus was er niet… Wel kwam hij aanrijden net binnen het academisch kwartiertje.

Het stallen van de rijtuigen verliep gezwind en het voorziene vertrekuur werd gehaald.

  Onze eerste, voorziene, culturele halte was een tegenvaller. Wij verwachtten aan de Mummelsee een prachtig, houten, Zwarte Woudhotel met koffie en taart, maar troffen er een volledig afgebrand hotel, in de steigers.

De Mummelsee,   469 ha. "Het watervlak is bijna volmaakt rond, ingesloten in een oerbos” schrijft Maria Jacques. Het donderdiepe bergmeer stamt uit de ijstijd en ligt op 1032 meter, met zijn zwartgroene kleur een uitnodiging tot een gezonde wandeling van een dik half uur.

Maar, het pad was verwaarloosd en leek de wandelaars niet veilig. Toen het nog begon te regenen werd de wandeling geschrapt, … en dus ook geen Zwarte Woudtaart. Maar dit euvel werd rijkelijk goedgemaakt in het pension Endehof, waar de wijnglazen geen maatstreepje nodig hadden, de boord volstond. Boordevol dus, die glazen!

De maandagochtend vertrokken we richting St. Märgen waar wij een prachtig kloosterkerkje bezochten, gewijd aan Maria Hemelvaart.

 

Dit is een barokkerk in wit en goud, met smaak gerestaureerd nadat ze twee keer uitbrandde, de laatste keer door blikseminslag.

 





 

Op het Rozenkransaltaar kan men nog de rijke oogst aan geredde beelden bewonderen van houtsnijder Matthias Faller. De gids geeft zeer uitgebreid commentaar, niet altijd even duidelijk, maar we onthouden dat de "echte” kleine beeldjes zijn vervangen door namaak want ze zijn zo kostbaar en aantrekkelijk voor dieven, dat ze nu bewaard blijven achter slot en grendel. Ook de prachtige kruisweg, buiten, werd ooit gestolen en nu vervangen door namaak.

Het is een geliefd bedevaartsoord.

 

In het museum, ernaast, konden we kennismaken met de vermaarde " Schwarzwalduhren

Tot onze verbazing moesten we vaststellen dat de oorspronkelijke koekoeksklokken in niets gelijken op de huidige exemplaren.

We staan aan het begin van het uurwerk bouwen. Oorspronkelijk waren het kleine familiebedrijfjes (Heimindustrie). Het idee kwam blijkbaar uit Italië maar in het Zwarte Woud evolueerde de klok naar haar huidige vorm.

In het museum staan zeer waardevolle stukken, sommige met complete muziektrommel met dansmuziek. Het ritme van de dans was wel afhankelijk van de vochtigheidsgraad.

  In vroegere Duitse gezinnen ging de boerderij of het bedrijf over op de jongste zoon. De oudste ging dan maar uurwerken verkopen, koffer vol uurwerken en onderdelen op de rug, tot in Londen en zelfs tot in Amerika.

  Rond de middag trokken we naar de Titisee, waar wij onder een blakende zon, vrijelijk, van deze prachtige omgeving en bijhorend winkelaanbod konden genieten.

De Titisee is een gletsjermeer, 2 km lang en 40 m diep. De weg daarheen staat op de kaart aangeduid als "Panoramastrasse” Een breedgeërodeerde vallei, met prachtige vergezichten, ondermeer de Feldberg (1493 m) hoogste punt van het Zwarte woud, met zijn skischanzen en bijhorende hotels. De weg daalt in prachtige bochten van 1300 meter tot in Freiburg op 280 m.

Een langzame maar prachtige afdaling van ongeveer 1000 meter en na het drukke toeristische Titisee ging het weer richting Oberprechtal, naar de boordevolle wijnglazen en een verkwikkende nachtrust.

 

  Op dinsdag rijden we naar de Bodensee, of het meer van Konstanz.

Het water heeft een zeer laag peil, het was immers een droge zomer. Denise vertelt dat ze het meer ooit zag overstromen. Dat zal in de lente geweest zijn als de sneeuw in de bergen smelt.

Ons doel is het bloemeneiland MAINAU, eigendom van de familie Bernadotte. De rozentuin was aan zijn laatste bloeitijd toe, begrijpelijk voor eind september, maar wat een weelde aan rotspartijen endahlia’s. De kleurenrijkdom van meer dan 80 soorten valt met geen pen te beschrijven. Op een gedenksteen lezen we volgende tekst:

 

1939: Leonard Bernadotte kauft die Insel Mainau seinem Vater ab.

1954: wird President der Gezellschaft der Blumenfreunde Konstanz.

Noblesse oblige! Er is ook een visvijver, een dierenaaipark, je kon er blijven naar kijken. Maar, de tijd spoedt heen en de busrit terug naar het Oberprechtal duurt bijna 2 uur. Adieu, meer van Konstanz, met Zwitserland aan de overkant.

  Woensdag: Colmar. Even over de grens wippen: we zijn in Frankrijk en de stadswandeling met gids gebeurt in het Frans. Colmar: capitale du vin en Alsace. Een eerder kleine stad, de tweede van het departement zegt de gidsmevrouw, met gepaste fierheid. Ze vertelt ons tal van wetenswaardigheden als: dat de stad tijdens de wereldoorlog niet werd verwoest…dat wel 45 gebouwen in het centrum zijn geklasseerd als historisch monument uit de gothische periode, de renaissance en het franse classicisme. Ze spreekt over de "Style Wilhelmien of Prussien”.

 

 

Haar grootmoeder heeft 5 keer de verandering van nationaliteit beleefd met al de papieren rompslomp die daarbij hoort. De stad is gebouwd op het grootste grondwaterbekken van Europa. Men bouwt dus al vroeg huizen in steen voor de benedenverdieping, en verdere verdiepingen in hout, handig als het grondwater stijgt. De zolder is de opslagplaats voor het graan (grain – grenier). De houten vakhuizen kunnen een aardbeving van 7 op de schaal van Richter doorstaan. Bij het huis van Auguste Bartoldi, aan een mooi pleintje, een ogenblikje stilte: ze vertelt dat hij de bouwer was van het Amerikaanse vrijheidsbeeld.

  Het "Musée Unterlinden” zou het meest bezochte van Frankrijk zijn. Ze bespreekt uitvoerig het werk


  van Martin Schöngauer, La Vierge au buisson de roses, en de invloed van Rogier van der Weyden. Andere bezoekers (en het zijn er veel, jaarlijks meer dan 300.000) worden gevraagd om onze groep de nodige plaats te gunnen.

We vernemen ook dat de "Collegiale Saint Martin de Colmar” de tweede van de regio is. Er is maar één toren, gebrek aan centen. Hier redt Sint Nicolaas 3 jonge meisjes van de prostitutie.

Ze toonde ons hun "Manneken Pis”, een cadeau aan de stad van Adolphe Max. Op de gedenkplaat "en souvenir des souffrances comunes pendant la guerre, en hommage à l’inaltérable gaîté belge et la bonne humeur d’Alsace...".

De streek zou de grootste moestuin van Frankrijk zijn en de meest gegeerde wortelen: "la Nantaise en La Colmar”...Interessant toch?

 

  Donderdag 24 september: Freiburg, hoofdstad van het Zwarte Woud.

  Ik geloof Maria Jacques als ze schrijft: "Het Zwarte Woud is niet zwart. De beroemde sparren op de bergen staan purperblauw tegen de hemel met een roze glans tegen de ochtend- en avondzon. Als het regent worden ze grauwgroen. De fruitbomen dragen bloesems in mei en de loofbomen goud in de herfst en tijdens de lange winter is het één sneeuwwit wonder.”

Onze wandeling door de stad begint aan het standbeeld van Bertold Schwartz, uitvinder van het buskruit, monnik en alchimist (in die volgorde). De straten zijn geplaveid met halve keien, netjes middendoor gezaagd en in mooie patronen gelegd: Rheinkiezel!

De Bächlertour volgt de kleine beekjes die kriskras door de stad lopen. We beginnen bij het "Neue Rathaus” en bewonderen een prachtig uitgewerkt balkon waar prominenten zich kunnen laten toejuichen. Zelfs eens de Dalaï Lama.

 

  In 1120 reeds werden de beekjes uitgemetst, soms ook overwelfd. Ze dienden voor alles waar water voor nodig is en ook als bluswater, wat voor die tijd zeer progressief was. Het water kwam van de bergen neder naar de Rijn, in natuurlijk verval, bevloeide de tuinen en liet de molens draaien. Vandaag, 21ste eeuw, zijn ze hoofdzakelijk een bezienswaardigheid voor toeristen als wij. Quellwasser uit het Schwarzwald loopt nu in buizen door de stad.

Freiburg was Oostenrijks bezit tot Napoleon. De stad telt 210.000 inwoners en 25.000 studenten. Je kan er alles studeren en het stadsbestuur is groen.

We kwamen voorbij het huis waar DESIDERIUS ERASMUS van Rotterdam een tijdje verbleef. Hij kwam uit Bazel, moest er weg vanwege de protestantse druk en verbleef o.m. ook in Brussel…. We bezoeken ook de "Münsterkirche”. Begonnen in 1250 als romaanse kerk maar afgewerkt in gothische stijl met centen van de burgerbevolking. Tijdens de oorlog werden de brandglazen in kisten verpakt en gered. Alleen hier(in Duitsland) hebben ze dat gedaan. We bewonderen het glasraam van Sint Kristoffel, patroon van de reizigers en aanbeden tegen de plotselinge dood. Er zijn zelfs twee bronnen in de kerk, maar het kraantje was dichtgedraaid. De kerk bevat 4 orgels, afzonderlijk of samen te bespelen, zonder vervelende echo. Dat konden we niet proefondervindelijk vaststellen… Jammer! De stad werd voor 80% verwoest maar het "Münster” bleef grotendeels gespaard. Ze liet ons, tot slot, de hoofdingang bewonderen, 600 figuren in zandsteen, alle polychroom. Mooi!

  In de namiddag, na een lichte lunch in een binnentuintje achter een beekje of ergens op een drukker plein, konden we nog van een frisse pint genieten, nog een paar inkopen doen en dan terug naar het Endehof, onze 5-daagse thuisbasis. We zouden die avond niet aan onze lijn denken want er wachtte ons een Galadiner waarvan het menu een verrassing zou blijven tot op het laatste moment. Het was lekker en het dessert, specialiteit van de chef, Heerlijk!

  Vrijdag ochtend terug naar huis met 1260 km. op de teller. Het zouden er nog 650 bijkomen.

Als bijkomende halte, een bezoek aan: World of Living, waarvan ik persoonlijk meer had verwacht. Een teletijdmachine moest ons naar de oertijd terugbrengen, wat natuurlijk niet lukte.

Het leven in de oertijd wordt op een wat stuntelige manier voorgesteld. Door duistere gangen overbrug je wel 100.000 jaar tot je, pardoes, bij de mummie van Ramses II staat, in de badkamer van Cleopatra. Vervolgens weer een duistere gang en je bekijkt, samen met keizer Nero, de grote brand van Rome, daarna een middeleeuwse ridderzaal, een nomadentent in de woestijn, recht naar een ruimtecapsule om te ontsnappen als de wereld vergaat. Het laatste, weer in open lucht, moest het huis van de toekomst zijn maar je kon er niet in.

Zal de toekomst een raadsel blijven? De bedoeling is duidelijk: een uurtje oponthoud en een snelle hap, halfweg een lange busreis. Niet slecht bedacht.

  Maar, eind goed al goed, als verwende toeristen werden we netjes weer afgezet op de parking waar we vertrokken. In ons hart veel dank aan Piet en Denise, en spijt dat het de laatste keer zou zijn. Dank je, Piet, je bent er nog eens in geslaagd om ons 5 mooie dagen te laten beleven.

Monique Van Marcke

Foto’s: Marcel Verlaenen

 

------------------------------------------------------------------------------------------- 

BEZOEK AAN HULST EN MOSSELFESTIJN IN PHILIPPINE

Donderdag 15 oktober 2009

  Nadat de laatkomers ingescheept waren en de autocarchauffeur de weg langs een alternatieve route naar het MH had gevonden, kon met een 20 tal minuten vertraging, maar vergezeld van de zon, gestart worden in de richting van Nederland. Alhoewel zich onderweg geen hindernissen meer voordeden, kon wegens de ‘voorzichtige’ rijstijl van de chauffeur (of was het de techniek die het liet afweten?) de vertraging niet gereduceerd worden en moesten de kennismakende en nieuwtjes uitwisselende gesprekken bij het ontbijt in het restaurant "Het Bonte Hert” in versneld tempo worden afgewerkt.

Opgesplitst in twee groepen en onder leiding van gidsen trokken de West-Brabanders er dan op uit om het naar de hulststruik verwijzende stadje HULST te gaan verkennen. Het ontstaan en de geschiedenis van de stad werden uitgebreid uit de doeken gedaan. In de 9de eeuw zou in het drassige land, aan één van de geulen die naar de Hont (de huidige Westerschelde) leidden, een nederzetting ontstaan zijn. Nadat die tot Vlaanderen behorende gemeenschap in de 12de eeuw stadsrechten had verworven, ontwikkelde deze zich tot een belangrijke vesting- en havenstad. Ten einde zich tegen indringers te beschermen werden stadswallen aangelegd. Eerst zorgden de inwendige ruzies met Gent voor krijgsgewoel. Daarna kwamen de oranjetroepen de stad bezetten, maar niet voor lang want de Spanjaarden verjaagden hen enkele jaren later. Tot in het midden van de 17de eeuw de troepen van de Noordelijke Republiek op het toneel verschenen. Met de Fransen nam de moderne geschiedenis een aanvang. Ondertussen was de haven verzand en trad het verval van de stad in.

 

Op de Grote Markt, waar de marktkramers hun waren aan de man/vrouw probeerden te brengen, konden de bezoekers oog hebben voor de statige burgerhuizen, getuigen van de voormalige welvaart van de stad. De aandacht ging evenwel meer uit naar het Stadhuis , dat in laatgotische stijl werd gebouwd, op de plaats van menige voorganger. Dit bij uitstek symbool van de stadsburger heeft evenwel een woelige geschiedenis achter de rug. Het origineel exemplaar dateert uit 1200, dat, nadat het door de Gentenaars werd verwoest, in het midden van de 15de eeuw door een nieuw gebouw werd vervangen. Wanneer de Gentse troepen en hun huurlingen dit laatste hadden bezet werd het in 1485 door de inwoners zelf in brand gestoken. In 1531 werd op dezelfde plaats een nieuw gebouw opgetrokken. Met het verstrijken van de tijd deed het achtereenvolgens dienst als gevangenis en stadswaag, pakhuis en hotel. Recent werd aan de achterzijde een modern, betonnen gedeelte bijgebouwd.

 

Ter dier gelegenheid werd ook het historisch gedeelte van het oude gebouw in een modern kleedje gestoken. Dat de stad ooit tot Vlaanderen behoorde, kan, te zien aan de enkele afbeeldingen van de leeuwen, moeilijk geloochend worden. Twee versieren de trappen die aan de voorkant naar het stadhuis leiden en twee andere bevinden zich op de achtergevel.

Men kan het gebouw zomaar niet binnentreden. Maar, doordat de gids blijkbaar de toestemming had gekregen, trokken beide groepen dan naar de Trouwzaal, om er de uitgebreide uitleg te aanhoren aangaande het schilderij betreffende de gerechtigheid van de hand van Jacob Jordaens. In de Raadzaal konden de bezoekers zich een idee vormen van het uitzicht van de stad in vroegere eeuwen aan de hand van een schilderwerk dat de Hulstenaar Corneel De Vos in 1628 konterfeitte. We vernamen er terloops bij het tellen van de zitjes van de raadsheren, dat de schepenen hier geen deel uitmaken van de raad.

De groepen dienden slechts het marktplein over te steken om in de Basiliek van Willibrodus binnen te treden. Dit recent tot de mooiste kerk van Nederland gepromoveerd gebedsoord heeft ook een ganse weg in de geschiedenis van de stad afgelegd. De eerste kerk die op deze plaats werd gebouwd dateert van 1200. In de periode tot 1400 werd ze twee maal vergroot. Gedurende de volgende eeuw had ze af te rekenen met een brand. Zoals ze er nu uitziet, namelijk opgetrokken in de grijze natuursteen in de stijl van de Brabantse Gotiek, werd ze gebouwd in 1530. De beeldenstorm raasde hier ook voorbij, maar veel van de inboedel werd in Gent in veiligheid gebracht. Vanaf 1640 kregen de protestanten de kerk toegewezen. Met de komst van Napoleon kwam de kerk terug in het bezit van de katholieken die ze tot 1928 moesten delen met de protestanten.

De inboedel die in Gent in veiligheid was gebracht kwam evenwel niet terug en alhoewel een deel van het meubilair en de beelden vernieuwd werd geeft het interieur van de kerk een kale en kille indruk. De katholieken kochten daarna de kerk en de protestanten bouwden een eigen gebedsoord. De torenspits werd tijdens WOII vernield en daarna vervangen door de huidige betonnen constructie die in de volksmond de "frietvork” wordt genoemd. In 1935 werd de kerk tot Basiliek verheven.

We konden er in het interieur de kentekenen van zien: de roodgele parasol en de bel. De gids voegt er nog een derde aan toe, namelijk de rode mantel die in een glasraam is te onderscheiden. En dit interieur, waarvan de afmetingen in verhouding moeten gestaan hebben met de toenmalige welvaart, blinkt nog uit door de aanwezigheid van prachtige glasramen, enkele schilderijen, de kaarsenkronen en toch nog een biechtstoel.

Via de Steenstraat begeleidden de gidsen de groepen naar de stadsomwalling. De wandeling gaat via het plein dat de vismarkt was en waar een aantal woningen werden afgebroken ten einde het project van het opnieuw uitgraven van de voormalige binnenhaven te kunnen realiseren.

Bij de Dobbele Poort of Bollewerckpoort aanhoorden de bezoekers de geschiedenis van de bouw van zowel de versterking als deze van dit bouwwerk dat als land- en waterpoort dienst deed. Langs deze weg was de haven immers met een vaargeul met de Hont verbonden. De poort werd in het midden van de 20ste eeuw uit de onder gedolven vergetelheid gehaald.

We konden er ons opnieuw van vergewissen dat de ene gids de andere niet is en dat de noodzakelijke opsplitsing in

groepen niet noodzakelijk ten goede komt aan het opdoen van een evenwaardige kennis. Maar zoals een bekende figuur het poneert "heeft ieder nadeel ook zijn voordeel”.

Ondertussen had de honger van zich laten horen en trokken de groepen opnieuw naar het restaurant "Het Bonte Hert”, waar een broodmaaltijd werd opgediend. De daarop volgende vrije tijd gaf aan de West-Brabanders de gelegenheid om aan de marktkramen of in de winkels van de omliggende straten op jacht te gaan naar iets bruikbaars. Wat trouwens bij enkele deelnemers nog lukte ook.

Dezelfde groepen trokken er dan onder leiding van andere gidsen op uit voor een stadswandeling, tijdens dewelke de bezoekers veelvuldig gewezen werd op de aanwezigheid van afbeeldingen van Reinaert De Vos, zowel in de vorm van monumenten als dakversieringen. De stad Hulst wordt immers vermeld in het middeleeuws epos Van Den Vos Reinaerde en ze heeft zich het logo van Reinaertstad eigen gemaakt. De gidsen brachten de bezoekers opnieuw naar de omwalling waarvan een groot gedeelte werd afgewandeld. Ze zagen nog een windmolen uit het einde van de 18de eeuw en kregen mooie uitzichten op de torens van de basiliek, het stadhuis en de protestantse kerk. Ze wandelden over verschillende bolwerken (bastions) en kregen een beeld van de buiten de wallen ingerichte parken met waterplassen en op de achter de dijken lager liggende huizen. Ondertussen kregen ze uitleg over de refugiehuizen, waarin in vroeger tijden de bewoners van de buiten de stad gevestigde kloosters in tijden van nood hun toevlucht konden zoeken. Deze monniken hielpen trouwens bij de bouw van de omwalling. De wandeling werd onderbroken voor een bezoek aan het atelier van een klokkenhersteller, die op vragen van de specialisten terzake antwoordde en de aandacht vestigde op de aanwezigheid van oude exemplaren. De beschikbare ruimte in het atelier was te klein om groepen van +/-20 personen te ontvangen, en daarenboven was het er zeer warm. Een ander atelier dat bezocht diende te worden was evenwel gesloten en de met dit feit vervelend zijnde gidsen wisten geen raad. Dan maar het derde atelier opgezocht, dit van de goudsmid. In dit atelier werd getoond hoe de ringen en andere sieraden met de hand worden vervaardigd. Maar ook hier was het wegens het gebrek aan ruimte drummen om iets van de activiteiten te kunnen zien.

Op het einde van het bezoek werd opnieuw op het terras van "Het Bonte Hert” verzamelen geblazen om bij het genieten van een meestal Belgisch biertje uit te rusten van het benenwerk. En de autocar diende ook nog wandelend opgezocht te worden.

Tijdens de rit naar PHILIPPINE kon evenwel enigszins tot rust gekomen worden. Ondanks de lange wachttijd aan de kanaalbrug in Terneuzen konden de West-Brabanders tijdig in ”l’Auberge des Moules” aan de gereserveerde tafels aanschuiven voor het door de organisator beloofde mosselfestijn. De dampende mosselpotten, begeleid door de vereiste dranken, werden gretig aangesproken.

Het buikje rond konden de reizigers tijdens de terugrit langs het kanaal via Gent uitblazen en ze werden slechts gewekt om de organisator Cyrille in alle toonaarden te bedanken voor deze door de zon overgoten dag.

  RoDel

Download

RoDel.jpg (234 KB)
 
Sitemap | verslagen activiteiten Print deze pagina
© 2009, Het Huis der Vleugels, Alle Rechten Voorbehouden | e-COMPASS Web Productions