Bezoek Antwerpen op 7 september 2010
"Het zit niet goed met de weergoden” dachten alle 31 deelnemers die op 7 september op de trein naar Antwerpen waren gestapt. Maar, de West-Brabantse traditie getrouw, was iedereen welgezind en ruim vóór tijd aangekomen in het Centraal Station. Er was wat heen en weer geloop tussen de lokettenzaal en het plaatselijke kantoor van de toeristische dienst van de stad, waar onze organisator afspraak had met de twee stadsgidsen die ons zouden begeleiden op een wandeling door de Joodse wijk. Gewapend met paraplu’s (NIET geopend) vertrokken twee groepen op stap door de stad. De gidsen loodsten hen door de diamantwijk (waar de Joden zo stilaan verdrongen worden door de Indiërs) maar ook langs vele andere straten waar deze Antwerpse bevolkingsgroep leeft en werkt. Anders dan in Brussel, waar minstens evenveel Joden vertoeven, was hun aanwezigheid hier opvallend: donkere kledij, hoed (hier en daar beschermd met plastiek), lange baarden en gekrulde haren voor de mannen; pruik of andere vormen van haarbedekking en donkere kousen voor de vrouwen. Ook de vele veiligheidsmaatregelen in de diamantwijk en zeker in de nabijheid van de eigen Joodse scholen vielen op. Tijdens deze wandeling werden de deelnemers ook vertrouwd gemaakt met de vele – voor ons vreemde – tradities en feesten van deze mensen, vooral de aan strikte regeltjes onderworpen rituelen, voorafgaand aan het huwelijk lokten verbazing uit. Ook de gescheiden ingang, naargelang het geslacht, van de badinstelling naast de bezochte synagoge was voor velen een wat vreemde zaak.
Stilaan liep de wandeling ten einde, maar eerst moesten de mannelijke deelnemers nog even een keppeltje opzetten om de synagoge te betreden. Ook dat werd een wat vreemd zicht. De bondige uitleg binnen de synagoge werd door een welbespraakte, doch wat hese dame, verstrekt. Stilaan gleed ze af naar haar verhuisplannen naar het Beloofde Land
en hoe haar gezin bekendheid verwierf (en ook afgunst van haar buren, althans naar haar eigen zeggen) via deelname aan een VTM-programma. Het werd dan ook tijd om, nog steeds zonder een druppeltje regen te hebben moeten trotseren, te gaan proeven van de Joodse gerechten die in restaurant Hoffy’s voor ons werden klaargemaakt.
Hier werd ons door één van de zonen van het grote gezin Hoffman uitgelegd welke regels moeten gevolgd worden om uiteindelijk een koshere maaltijd te kunnen serveren.
Was het de koshere wijn of de lekkere maaltijd… wie zal het zeggen? Maar iedereen verliet de zaak, een poosje later dan oorspronkelijk gepland, maar behoorlijk voldaan.
Intussen was de zon door de wolken gebroken, de meesten stapten dan ook welgezind naar de Meir en de Wapper (niet de brug die de Antwerpenaren veel stof tot discussie oplevert) om, na een kort bezoek aan het Rubens-huis, te genieten van het nabijgelegen terras en het bijhorend bolleke.
NAMIDDAGWANDELING IN BEERSEL
Donderdag 05 augustus 2010
Stipt om14 uur kwamen ze opdagen aan de St.-Lambertuskerk van Beersel, voor de zoveelste wandeling die Frans Coene zorgvuldig had uitgestippeld in deze gemeente van onze West-Brabantse regio. Vooraleer op stap te gaan had de organisator een kort bezoek gepland aan het Herman Teirlinckhuis op 100 m van het vertekpunt. Herman bleek niet thuis, dus werden de stapschoenen maar onmiddellijk aan het werk gezet.
Na de Kesterbeekwandeling werd het tijd om te genieten van een frisse pint of een ander drankje. Blijkbaar viel ook dit in de smaak van de 21 deelnemers want het terras van het restaurant "3 Fonteinen" geraakte maar niet ontruimd. Velen bleven dan ook zitten om, vooraleer huiswaarts te keren, ook wat vast voedsel te verorberen.
Het werd weer een gezellige activiteit, die volgend jaar zeker in een ander hoekje van onze regio mag plaatsvinden.
Marcel Verlaenen schoot enkele plaatjes en
BEZOEK AAN HET FORT VAN EBEN-EMAEL EN
THORN OP 27 MEI 2010
Het was of vele werknemers die dagelijks de ring rond Brussel
onveilig maken verlof hadden genomen. Zoals gebruikelijk vóór het afgesproken
uur vertrokken reed de autocar op 10’ naar het parkeerterrein
van NOH, waar nog geen enkele van de daar op te stappen deelnemers
te bespeuren viel. En
daarenboven diende de
autocar zich op een zijbaan van de parkeerplaats te verstoppen, alsof hij een
vreemd buitenaards voorwerp betrof. De 32 belangstellende
West-Brabanders konden zich na een onberispelijke rit naar Eben-Emael in
"Le moulin de la Frangèle”, aan de boord van dit waterloopje
gelegen, langs een krakende, jaren oude houten trap naar de
verdieping hijsen waar de verschillende
soorten taarten op hen wachtten, die samen met de koffie
onmiddellijk werden aangevallen.
Na enkele stappen bereikt de groep de nabijgelegen ingang van het
fort, waar na een speurtocht toch een gids, een Nederlander nog wel, op de kop
getikt kon worden.
Een korte
introductie werd gevolgd door een uitgebreid exposé over het hoe en het waarom
van dit fort en de slechts uren in beslag nemende inname door de Duitsers bij
het begin van de invasie in 1940. Meerdere malen legde de gids de nadruk op de
verkeerde interpretatie van het gedrag van de toenmalige Belgische troepen die
door de buitenwereld verweten werden niet genoeg moed aan de dag te hebben
gelegd. Er was evenwel geen kruid (en ook kruit) gewassen tegen de overmacht
van de Duitsers. Daarna begon onder zijn leiding de tocht doorheen de vesting
tijdens hetwelk de bezoekers zich een idee konden vormen van het toenmalig
comfort van zowel de slaap - en eetzalen, de infirmerie, de douches en
toiletten als van de commandoposten en de infrastructuur. Langdurig werd stil
gestaan bij de gevolgen van de explosies van de door de tegenstander gebruikte
munitie.
Nadat de gids
op
het overschrijden van het bezoekuur opmerkzaam was gemaakt, kon de autocar met
enige vertraging in Kanne het restaurant " ’t Dicke Verschil” bereiken waar
de groep met juist voldoende ruimte (sommige eters moesten wel iets meer plaats
afstaan) de tafels in bezit namen en van een bijna gastronomische maar vooral
copieuze maaltijd konden genieten. Niet te verwonderen dat deze ook meer tijd
dan voorzien in beslag nam.
Uiteindelijk kon de autocar het Nederlands grondgebied binnen rijden
en koers zetten naar THORN, het witte stadje in het Limburgse land.
Opgedeeld in twee groepen bezochten de West-Brabanders de abdijkerk,
enig overblijfsel van de in de 10de eeuw gestichte klooster voor
benedictinessen. De actueel uit de 14de eeuw daterende Michaelskerk (stiftkerk)
werd evenwel dikwijls beschadigd en in de loop van de 19de eeuw volledig
gerestaureerd. Zowel de crypte, het koor als het achterliggende verhoogde "vorstinnenkoor”
werden uitvoerig besproken. De gidsen begeleidden de bezoekers doorheen de
dorpskern, waarin de korte, gekleurde paaltjes opvielen waar aan de hand van
een audio gids inlichtingen bekomen konden worden betreffende de
belangstellingspunt. Het was echter vooral de witte kleur van de gebouwen die
de aandacht trok. Deze verf moet de gevolgen van de verbouwingen verstoppen
zodat ze minder op vallen.
Na het bezoek verzamelden de deelnemers op het terras van de
stadsherberg
en
hotel-restaurant Crasborn, om er uitvoerig de dorst te lessen en herinneringen
op te halen. Met enige vertraging kon de terugreis aangevat worden die zonder
problemen verliep en tijdens dewelke de organisator en begeleider Louis door de
voorzitter met veel verve werd bedankt en de aandacht van de reizigers werd
gevraagd voor de toekomstige activiteiten.
Tot nog eens Louis.

RoDel

------------------------------------